Taiji Quan

In China heeft men het al snel over de drie zusters wanneer de interne zelfverdedigingskunsten, Wushu, ter sprake komen. De drie zusters, Taiji Quan, Xing Yi Quan en Bagua Zhang, zijn de drie grote interne martiale kunsten van China, waarbij Xing Yi Quan, in de 12e eeuw ontwikkeld, en Taiji Quan, in de 17e eeuw ontwikkeld, de oudere zusters zijn, en Bagua Zhang, in de 19e eeuw ontwikkeld, de jongere zuster. Veel Chinese meesters waren in 2, enkele zelfs in alle 3 de interne zuster stijlen bekwaam. Hoewel ze elk hun eigen trainingsmethodiek en martiale stijl hebben delen ze alle 3 dezelfde fundamentele grondbeginselen, waarbij het accent voornamelijk ligt op het ontwikkelen van interne lichaamsenergie of lichaamskracht, Jin en Fa Jin.

Xing Yi Quan en Bagua Zhang worden, wereldwijd, nog steeds als volledig intern systeem beoefend, dat wil zeggen, zowel als Dao Yin, als meditatief en medicinaal systeem, en als Dao Quan, als een martiale kunst. Taiji Quan wordt tegenwoordig, wereldwijd, vooral als een meditatieve en medicinale praktijk beoefent. De martiale toepassing van Taiji Quan verdwijnt meer en meer naar de achtergrond. Wereldwijd beoefenen leerlingen, en leraren, Taiji Quan in toenemende mate  voornamelijk voor de meditatieve, ontspannende en rustgevende, en de medicinale, preventieve en genezende, aspecten, waarbij gezondheid en zelfontplooiing voorop staan. De handvormen, in essentie vergelijkbaar met bijvoorbeeld de slag-aanval-methoden van Bagua Zhang, worden dan ook voornamelijk beoefend als zijnde een bijzondere vorm van Dao Yin oefening. Deze praktijk wordt vaak omschreven met de term Tao Lu, het lopen van martiale vormen als Dao Yin oefening. Het martiale aspect, Dao Quan, verdwijnt dan vaak volledig uit de dagelijkse beoefening. Stap-slag training, het trainen van martiale toepassingen van bewegingen uit de handvormen en het beoefenen van min of meer realistische vormen van partneroefeningen, sparren, worden dan vaak volledig achterwege gelaten. Veel leraren zijn dan ook niet bekend met de martiale toepassingen van de bewegingen uit de handvormen en beoefenen het zogenaamde duwen met de handen, Tui Shou, als een onrealistische vorm van sparren, hetgeen resulteert in grove zelfoverschatting van de martiale vaardigheden bij veel Taiji Quan beoefenaars. Met name binnen de Yang stijl Taiji Quan traditie, mondiaal gezien de meest beoefende vorm van Taiji Quan, zijn veel van de martiale traditionele vaardigheden verloren gegaan. Alleen binnen de Chen stijl Taiji Quan traditie is er nog steeds sprake van een tendens om de oorspronkelijke traditie van de Taiji Quan, Dao Yin en Dao Quan beoefening in ere te handhaven en te beoefenen.

Binnen de Yang stijl Taiji Quan traditie is Dr. Yang Jwing-Ming een uitzondering op de beschreven ontwikkeling. Hij heeft de laatste decennia met veel passie getracht de kennis en de toepassing van Taiji Quan als volledig intern systeem te herontdekken, te documenteren en zodoende te bewaren en beschikbaar te maken voor huidige en toekomstige Taiji Quan beoefenaars. Een ieder die geïnteresseerd is in de traditionele beoefening van Taiji Quan, zowel als Dao Yin, maar vooral ook als Dao Quan, kan de vereniging, the art of energy mechanics, de boeken en dvd’s van Yang’s Martial Art Association, YMAA, van harte aanbevelen; https://ymaa.com.

Taiji Quan is een traditionele interne Chinese zelfverdedigingskunst ! De lang gekoesterde, maar tegenwoordig weerlegde, mythe van het ontstaan van Taiji Quan is hier al een afdoende bewijs van. Volgens deze legende zag de taoïstische monnik Zhang Sanfeng, in de 13e eeuw, een gevecht tussen een kraanvogel en een slang. De aanvallende kwaliteiten van de kraanvogel en de verdedigende kwaliteiten van de slang inspireerden hem tot het ontwerpen van een 72 vorm Taiji Quan stijl, een op vechtstijlen gebaseerde bewegingsvorm. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de Yang stijl Taiji Quan in de 19e eeuw ontwikkeld is door Yang Luchan, op basis van een martiale stijl die hij beoefende in het dorp Chenjiagou, de bakermat van de Chen stijl Taiji Quan, ontwikkeld in de 17e eeuw door Chen Wangting. Yang Luchan is lange tijd leraar in de martiale kunsten geweest van de leden van de keizerlijke familie, en de elite troepen van de keizerlijke garde, en stond bekend als Yang Wudi, Yang de Onoverwinnelijke, omdat hij, zoals wordt beweerd, nooit verslagen is door een uitdager. Dus historisch gezien is Taiji Quan onweerlegbaar ontwikkeld als een martiale zelfverdedigingskunst !  

Desalniettemin wordt ook op de vereniging, the art of energy mechanics, Taiji Quan beoefend als een bijzondere vorm van Dao Yin. Deels, omdat er in Nederland nauwelijks belangstelling is voor de beoefening van traditionele martiale Taiji Quan. Deels, omdat de cursisten van de vereniging duidelijk gekozen hebben voor Dao Yin, en de Taiji Quan handvorm voor hen dus ook een bijzondere vorm van Dao Yin is. En deels, omdat de leraar vooral getraind heeft in de Yang stijl traditie, de moderne 60 vorm van William C.C. Chen, de moderne 37 vorm van Chen Man Ching en de traditionele 108 vorm van Cui Yishi. Het gemis aan Dao Quan vaardigheden binnen de Nederlandse Yang stijl traditie is door de leraar voornamelijk aangevuld vanuit het werk van Dr. Yang Jwing-Ming en zijn YMAA publicaties, de interne zuster stijlen Yin en Liang stijl Bagua Zhang, en in mindere mate vanuit Aikido en Systema. Samenvattend zou men kunnen zeggen dat de vereniging Dao Yin beoefend op basis van traditionele Dao Yin systemen én Yang stijl Taiji Quan, en Dao Quan beoefend volgens de Yin stijl en Liang stijl Bagua Zhang tradities.

Dr. Yang Jwing-Ming benadrukt in zijn werken dat zelfs als men Taiji Quan beoefend als Dao Yin, het absoluut noodzakelijk is het zo veel mogelijk te beoefenen als zijnde een martiale kunst. Waar het daarbij vooral omgaat is dat men als beoefenaar van een interne martiale kunst vooral de nadruk moet leggen op het ontwikkelen van lichaamsenergie, Qi, die men als martiale energie of kracht, Jin, toepast in allerlei martiale technieken. Om deze technieken optimaal en effectief te kunnen toepassen moet de bewuste sturing van de lichaamsenergie volledig beheerst en optimaal zijn, een volledig beheerste en begeleide kwantiteit en kwaliteit van Jin, dan wel Fa Jin.

Aangezien het preventieve en genezende aspect van Dao Yin gebaseerd is op het zo volledig en optimaal mogelijk kunnen stromen van lichamelijke vloeistoffen en energie, Qi, is het begrijpelijk waarom Dr. Yang Jwing-Ming vind dat men Taiji Quan zo veel mogelijk als een martiale kunst moet beoefenen. Immers, een martiale beoefenaar is volledig afhankelijk van zijn ontwikkelde Qi, wat betreft kwantiteit en kwaliteit, en wat betreft de begeleiding van tot Jin getransformeerde Qi. De uitkomst van zijn martiale praktijk geeft hem alle benodigde feedback. Een beginnend Dao Yin beoefenaar heeft geen duidelijke directe concrete feedback voor zijn toegepaste Qi stroming, hij of zij is feitelijk volledig afhankelijk van de interpretatie van de begeleider, de leraar. Pas wanneer de Dao Yin beoefenaar een gevorderd niveau bereikt heeft zal hij of zij in staat zijn de Qi stroming in het lichaam te ervaren en te beoordelen.

Traditioneel werden de zogenaamde zijde spinnen oefeningen, soms ook wel omschreven als het wikkelen van energie oefeningen, Chan Ssu Chin, beoefend om het sturen van de lichaamsenergie  te ontwikkelen en te trainen, wanneer men niet in staat is dit middels martiale toepassingen van de handvormen te trainen en te testen. Deze oefeningen hebben deels een fysiek aspect, het continu zinken in de aarde en van daaruit rijzen naar de hemel, veelal in golvende en spiralende patronen. En een heel belangrijk mentaal aspect, het continu bewust sturen, Yi, van de lichaamsenergie, Qi, in de golvende en spiralende bewegingen tussen aarde en hemel. Met behulp van bewuste intentie, veelal in de vorm van visualisatie technieken, wordt de essentie van Dao Yin, het bewust sturen van energie, toegepast. Laat de energie als water door en uit het lichaam in de ruimte stromen, open het raam en duw de berg weg, til de maan uit de rivier en plaats haar in de hemel, de draak stijgt op naar de hemel, de beer speelt met de tak, de aap plukt en toont een besje, enzovoort. Mentaal creëren we een opdracht, een doel, voor het lichaam, waardoor het lichaam energie, Qi, aanwend en door het lichaam laat stromen om het doel te bereiken, de opdracht uit te voeren. Hoe groter de intentie, hoe sterker de visualisatie, des te groter de kwantiteit en kwaliteit van de Qi stroming door het lichaam, des te groter de kwantiteit en kwaliteit van Jin. In de martiale traditie spreekt men dan vaak van, sense of enemy, of zoals het vaak omschreven wordt; in een gevecht, negeer de opponent, tijdens het trainen, zie de opponent en maak hem of haar zo machtig mogelijk. Tijdens de lessen zal heel veel aandacht worden besteed aan deze manier van Dao Yin, Taiji Quan, beoefenen, voornamelijk met behulp van Tem de Tijger en Berijd de Draak Nei Gong, het Slang en Draak Lopen, Wolkenhanden en het Taiji Yin Yang Symbool. 

In Dao Yin and Taiji Quan, Yi is probably the most important key to succes. If you cannot concentrate your Yi and use it to lead the Qi, all your practise will be in vain. … The generation and transporting of Qi comes from the concentrated imagining that you are pushing a heavy object with relaxed muscles. … When you use your Yi ( mind ) and concentration to lead the body to do something, Qi will flow to where you are concentrating and enliven the body. This is considered Jin. There are many types of Jin, but the one thing they all have in common is that they deal with the flow of energy. … For maximum Jin, strenghten the root, develop power in the legs, balance your Yi and Qi, exercise control through the waist, and express your will through your hands. … Tai Chi Theory & Martial Power, 1996, Dr. Yang Jwing—Ming.

De eerste handvormen die tijdens de lessen worden aangeboden zijn de 8 vorm en de 24 vorm Taiji Quan. De 8 vorm is samengesteld op basis van de Grijp de Staart van de Mus vorm van Mantak Chia, en de Grijp de Staart van de Mus uit de moderne 24 Beijing vorm Taiji Quan. Tussen de Aanvang en de Afsluiting wordt, het in alle Taiji Quan vormen voortkomende, Grijp de Staart van de Mus 4 maal, in alle kompasrichtingen uitgevoerd, zowel linksom als rechtsom. De 24 vorm is een licht aangepaste variant van de zogenaamde 24 Beijing vorm, voornamelijk gebaseerd op de variant van Helen Liang. Beide vormen zijn uitermate geschikt om beginners te laten kennis maken  met Taiji Quan, en om alle Dao Yin vaardigheden te ontwikkelen en te testen. Voor de mensen die zich verder willen ontwikkelen in Taiji Quan, en hun Dao Yin vaardigheden verder willen verdiepen, bestaat er de mogelijkheid om zich te bekwamen in de 37 vorm Taiji Quan van Cheng Man Ching en de 108 vorm Yang stijl Taiji Quan van Cui Yishi. Beiden waren leerlingen van Yang Cheng Fu, de grondlegger van alle tegenwoordige Yang stijlen Taiji Quan, en hebben jarenlang, als assistent tijdens zijn demonstraties en workshops, met Yang Cheng Fu door China gereisd. 

Na vele jaren van dagelijkse Taiji Quan beoefening moet ik concluderen dat Taiji Quan een onmisbaar deel van mijn leven is geworden. Het is mijn eilandje waar ik dagelijks terugkeer voor geestelijke en emotionele rust, lichamelijke fitheid en een flinke dosis energie, waar ik de rest van de dag van profiteer. Taiji Quan beoefening resulteert in toenemende mate in geestelijk en emotioneel welbevinden en stabiliteit, in toenemende lichamelijke fitheid, kracht en lenigheid, en in een toenemend gevoel van gezondheid, levensvreugde en (zelf)vertrouwen. Voor mensen die nog nooit met Taiji Quan hebben kennis gemaakt wacht een wonderschone reis vol waardevolle ontdekkingen, die het dagelijkse leven absoluut zullen verrijken. Mensen die al eerder Taiji Quan beoefent hebben zullen dit zeker herkennen en beamen. 

Maak gebruik van de tijd om de Qi te ontwikkelen en zoek de bevrijde geest. Als je dat kunt, dan ben je in staat op ieder moment Taiji Quan te oefenen, de hele dag door. Dit is mijn inzicht na twintig jaar oefenen. … Ik hoop dat leerlingen blijven oefenen, ook nadat zij hun gezondheid hebben herwonnen, want dat is het begin van het pad naar zelfontwikkeling en een lang leven. Dertien geheimen van T’ai Chi Ch’uan, 1985, Cheng Man Ching.