Taiji Quan Geschiedenis

De Tai Chi Chuan stijl die in de lessen wordt aangeboden is gebaseerd op de Traditionele 108 Yang-stijl Tai Chi Chuan, ook wel bekend als de Traditionele Yang-stijl, of de 108 vorm. Traditioneel genoemd omdat het een vorm is die door de leden van de Yang familie door de generaties heen, in verschillende varianten, werd beoefend. Vanaf het begin van de 19e eeuw door de grondlegger Yang Luchan, tot het midden van de 20e eeuw door Yang Chengfu, die de vorm standaardiseerde tot de huidige Traditionele 108 Yang-stijl vorm. De tegenwoordige dragers van deze traditie zijn Yang Zhengduo ( vierde generatie ) en Yang Jun ( vijfde generatie ).
Na de dood van Yang Chengfu werd de Traditionele vorm voortgezet door zijn zonen, waaronder Yang Zhengduo, en door vele zogenaamde ‘ binnendeur ‘ ( inner door )  discipelen. Yang Chengfu standaardiseerde de Traditionele 108 vorm ( op zich al een eerste verkorting en vereenvoudiging ) met het doel de vorm toegankelijker te maken voor een breder publiek, zodat het verzwakte Chinese volk gezond en sterk kon worden ( zowel lichamelijk als geestelijk ). Cheng Man-Ch’ing, één van de binnendeur discipelen, heeft deze doelstelling nog verder uitgewerkt, en tevens de vorm toegankelijk gemaakt voor de westerse wereld. Hij verkortte en vereenvoudigde de gestandaardiseerde Traditionele 108 vorm tot wat in het westen bekend is geworden als de moderne Yang-stijl vorm. Zijn leerling William C. Chen verkortte en vereenvoudigde de vorm nog iets verder. Beide vormen zijn in het westen de meest bekende en de meest beoefende Tai Chi Chuan vormen.

De basis van de vorm die in deze cursus wordt aangeboden is een variant van de gestandaardiseerde 108 Yang-stijl vorm, ontwikkeld door Cui Yishi, een ‘ binnendeur ‘ discipel, die van 1909 tot de dood van Yang Chengfu ( 1936 ) bij Yang Chengfu trainde en met hem door China reisde als assistent-leraar. Cui Yishi heeft de 108 Yang-stijl vorm gedurende zijn hele leven beoefend, verspreid en verder ontwikkeld, en wordt in China beschouwd als één van de beroemdste en belangrijkste volgelingen van Yang Chengfu. Sinds 1970, het sterftejaar van Cui Yishi, wordt deze variant van de 108 Yang-stijl vorm voortgezet door zijn kleinzoon Cui Zhongsan, de vijfde generatie leraar van de Cui-stijl variant 108 vorm. De Cui-stijl variant van de Traditionele 108 vorm wordt gekenmerkt door; grote, open, zachte en langzame cirkel vormen; stevige en krachtige doch flexibele en vloeiende golf- en spiraal bewegingen, waarbij intentie, lichaamsenergie en lichaamskracht volledig worden geïntegreerd. Vanwege de grote en vloeiende bewegingen wordt de door Yang Chengfu ontwikkelde, en door Cui Yishi voortgezette, stijl van Tai Chi Chuan ook wel de Grote Vorm genoemd.
De afgelopen jaren heb ik geprobeerd, onder begeleiding van mijn leraar Carlo Thuvis, het leerproces, de trainingsmethoden en de 108 vorm van de Traditionele Tai Chi Chuan wat meer in overeenstemming te brengen met het martiale verleden van de Yang-stijl. In de loop der jaren is het accent binnen de moderne én de traditionele Yang-stijl Tai Chi Chuan meer en meer verschoven naar meditatie, gezondheidsleer en bewegingsleer. Op zich is dat niet zo vreemd, deels gezien het feit dat deze facetten altijd een integraal onderdeel zijn geweest van de trainingsmethodiek van Tai Chi Chuan, en deels gezien de doelstellingen van Yang Chengfu, Cheng Man-Ch’ing en William C. Chen. De Traditionele Yang-stijl Tai Chi Chuan, zoals door Yang Luchan ontworpen, was van meet af aan een zelfverdedigingskunst ( een Wushu, wat letterlijk vertaald betekent “ het beëindigen van het gebruik van wapens “ ), waarbij meditatie, gezondheidsleer en bewegingsleer ‘ slechts ’ noodzakelijke middelen waren ter vervolmaking van de krijgskunst. Yang Luchan heeft Tai Chi Chuan geleerd van de Chen familie, de grondleggers van de Chen-stijl, tegenwoordig nog altijd beschouwd als de meest martiale vorm van Tai Chi Chuan. Yang Luchan’s bijnaam was de Onverslaanbare daar hij ( volgens de overlevering ) nooit in een gevecht is verslagen. Ook was hij vele jaren instructeur van de keizerlijke lijfwachten. Met andere woorden, Traditionele Tai Chi Chuan had zeer nadrukkelijk een martiaal karakter, het was en is, wanneer men het op de juiste manier wenst te beoefenen, een martiale kunst ( zie ook Interne Krijgskunsten ).

Dit proces van ‘ terugkeren naar de bron ‘ zal hoogstwaarschijnlijk een langdurige reis worden, zonder een duidelijke eindbestemming. Als inspiratie bronnen dienen alle interne martiale krijgskunsten. Tot nu toe heeft dit proces geleid tot bijvoorbeeld de volgende aanpassingen. Er zijn geen zogenaamde verborgen technieken, alle trappen, slagen en (werp/klem)technieken worden volledig uitgevoerd ( de historische noodzaak is niet langer aanwezig, te weten het verbod op het beoefenen van martiale kunsten ). Er wordt voortdurend ingestapt, zowel aanvallend als verdedigend ( dit verhoogt de algemene beweeglijkheid; o.a. Sun stijl ). Er wordt actiever gebruik gemaakt van instaptechnieken ( om gevoel te krijgen voor verschillende aanvalstechnieken – o.a. Pa Kua Chang ). Er wordt actiever gebruik gemaakt van beentechnieken ( bv. bloktechnieken, stoptraptechnieken, schaaftechnieken; o.a. Shaolin Stijlen ). Er wordt gebruik gemaakt van het bewegen vanuit de buik ( verhoogt de stabiliteit en kracht van stappen en trappen; o.a. Wu stijl ). Het lichaam wordt bij aanvallende applicaties gestructureerd als een schuin geplaatste stok ( gebruiken van rechte krachtlijnen; o.a. Tung stijl ). Naast het gebruiken van spiraaltechnieken wordt er ook gebruik gemaakt van golftechnieken ( vergroot het vloeiend meebewegen met de krachtlijnen; o.a. Systema ). De nadruk ligt op het licht en vloeiend bewegen, als dansend water ( vergroot het vloeiend en continu bewegen, en het bewegen als een eenheid; o.a. Wudang stijl ). Er wordt nadrukkelijker gestreefd naar het imiteren van dierenstijlen ( verhoogt het vermogen tot inleving in de intentie van de beweging; o.a. Pa Kua Chang ).